Brussel, 12 april 2010 – Vandaag verscheen de nieuwe wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming in het Belgisch Staatsblad. Deze wet is een grondige modernisering van de bestaande wet op de handelspraktijken waarvan de basisartikelen reeds dateerden uit 1991, op voordracht van ministers Van Quickenborne, Laruelle en Magnette. De nieuwe bepalingen voorzien duidelijkere en soepelere regels voor zowel handelaars als consumenten. De wet treedt in werking op 12 mei 2010.
Voorgeschiedenis De werkzaamheden rond een modernisering van de wet handelspraktijken startten in 2007 wanneer de FOD Economie de opdracht gaf aan advocaat-specialist Herman De Bauw om de bestaande regels te analyseren en een voorstel tot modernisering op te stellen. Bij de analyse kregen alle belangenorganisaties via enquêtes de kans om hun mening te geven over de bestaande regels.
Op basis van het evaluatieverslag De Bauw heeft de ministerraad uiteindelijk in juli 2009 en (na verwerking van de opmerkingen van de Raad van State) in november 2009 een voorontwerp met aangepaste regels goedgekeurd. De titel van de wet werd omgevormd tot de wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming.
Begin dit jaar werd het ontwerp in het parlement behandeld via een spoedeisende procedure. De Kamer keurde het ontwerp uiteindelijk goed op 11 februari 2010. In de Senaat werd de wet definitief goedgekeurd op 18 maart 2010. Vandaag verscheen de wet in het Staatsblad.
Ter vergelijking: de werkzaamheden voor de vorige grondige aanpassing van de wet handelspraktijken werden op regeringsniveau aangevat in 1982. De uiteindelijke wet handelspraktijken werd pas in 1991 in het parlement goedgekeurd.
De nieuwe wetgeving – die eigenlijk formeel uit 2 wetten bestaat- werd vandaag gepubliceerd in het Staatsblad en treedt in werking 30 dagen na publicatie. Dit betekent dat alle nieuwe regels vanaf 12 mei 2010 definitief van kracht worden.
Wat verandert er concreet?De
sperperiode geldt alleen nog voor 3 producten (kleding, schoenen, en lederwaren). Vroeger mochten winkels vanaf 15 mei en 15 november vóór de zomer- respectievelijk wintersolden wel prijsverminderingen geven maar ze mochten deze niet aankondigen. Voortaan zal de sperperiode starten op 6 juni en 6 december voor de zomer- respectievelijk wintersolden. Voor alle andere producten (ongeacht of het gaat om seizoensgebonden of niet-seizoensgebonden producten) mogen prijsverminderingen worden aangekondigd gans het jaar door.
Voortaan zijn
solden op alle producten toegelaten. In de vroegere wet werden solden nog beperkt tot seizoensgebonden producten. Deze omschrijving gaf in het verleden aanleiding tot grote verwarring bij handelaars en consumenten. De nieuwe soldenregeling wordt dus eenvoudig en soepel.
In de nieuwe wet wordt
koppelverkoop toegelaten in lijn met de Europese rechtspraak toegelaten. Consumenten zullen kunnen genieten van de voordelen van interessante promotionele aanbiedingen van meerdere producten. Zij hebben uiteraard steeds recht op juiste en correcte informatie over het gezamenlijke aanbod. Voor financiële diensten blijft het principieel verbod op koppelverkoop bestaan.
Internetwinkelen en winkelen op afstand wordt makkelijker en veiliger. Een internetwinkel in België mocht onder de wet handelspraktijken geen betaling vragen voor een aankoop vóór de bedenktijd van 7 werkdagen is verstreken. In alle andere Europese landen mocht een internetwinkel dit wel. Hierdoor werd de groei van internethandel in België afgeremd. In de nieuwe wet mag een internetwinkel aan zijn klanten vragen om onmiddellijk te betalen. Consumenten worden –in lijn met wat Europa vraagt- beter beschermd omdat zij voortaan 14 kalenderdagen in plaats van 7 werkdagen bedenktijd krijgen. De handelaar is verplicht om de consument binnen de 30 dagen terug te betalen wanneer die zich bedenkt.
Het verbod van verkoop met uiterst beperkte winstmarge wordt afgeschaft. Handelaars kunnen dus hun voorraden die niet meer goed in de markt liggen, gemakkelijker van de hand doen en een deel van hun voorraadinvesteringen recupereren. (bv. de verkoop van champagne met een bruto winstmarge van 2,47% werd door de ene rechter als voldoende beschouwd, terwijl de verkoop van bier met een bruto winstmarge van 7,6% door een andere rechter als onvoldoende werd beschouwd).
Tenslotte wordt een reeks
overdreven en formalistische regels vereenvoudigd, zoals hoe men een prijsvermindering mag aankondigen of hoe een waardebon er moet uitzien.
bron